Waarom deze zes
Niet omdat er op gezocht wordt, maar omdat elk van de zes iets anders laat zien in de berekening: de basisketen zonder bijzonderheden; de behoeftetabel stijgt niet lineair met het aantal kinderen; de hoogste zorgkortingstaffel; alle draagkracht bij één ouder; draagkrachttekort en de halvering van de zorgkorting; de begrenzing boven de hoogste tabelrij. Een zevende voorbeeld met andere inkomens in dezelfde som voegt niets toe, en pagina's vol inkomenscombinaties genereren is een trucje waar niemand iets aan heeft. Staat uw situatie er niet bij, dan is de rekentool er — die rekent met dezelfde kern, in uw eigen browser.
Wat in al deze voorbeelden níet zit
Alle zes gaan uit van forfaitaire woonlasten, loon als inkomenssoort, geen schulden en geen vermogen. Het kindgebonden budget is niet meegerekend: de rekenkern behandelt dat als inkomen, en het vraagt gegevens die in een algemeen voorbeeld niet te geven zijn. Daardoor valt het eigen aandeel in de kosten van de kinderen hier eerder te laag dan te hoog uit. Ook de leeftijden van de kinderen, bijzondere kosten, een eigen woning, ondernemersinkomen, pensioen, de fiscale brutering en partneralimentatie zitten er niet in.
Dit zijn dus voorbeelden, geen vaststelling van wat iemand moet betalen. Dat laatste doen partijen samen of de rechter, op de volledige situatie.
1. Eén kind, reguliere omgangsregeling
Het meest voorkomende uitgangspunt: twee werkende ouders, één kind, om het weekend en een doordeweekse dag. Dit is de rij waar de meeste bezoekers zichzelf het eerst naast leggen.
De situatie
- Betalende ouder: € 3.750 bruto per maand
- Andere ouder: € 2.500 bruto per maand
- Aantal kinderen: 1
- Het kind is bij de betalende ouder: twee dagen per week (104 dagen per jaar)
De berekening
| Netto besteedbaar inkomen betalende ouder | € 3.051 / mnd |
| Netto besteedbaar inkomen andere ouder | € 2.313 / mnd |
| Netto besteedbaar gezinsinkomen | € 5.364 / mnd |
| Eigen aandeel in de kosten van de kinderen | € 727 / mnd |
| Draagkracht betalende ouder | € 539 / mnd |
| Draagkracht andere ouder | € 178 / mnd |
| Aandeel van de betalende ouder daarin | € 547 / mnd |
| Zorgkorting (gemiddeld 2 dagen per week (25%)) | – € 182 / mnd |
| Kinderalimentatie in dit scenario | € 362 / mnd |
Let op: draagkrachttekort. De draagkracht van beide ouders samen (€ 717) is lager dan het eigen aandeel in de kosten van de kinderen (€ 727). De helft van dat tekort gaat dan van de zorgkorting af: van € 182 blijft € 177 over. Daardoor is het bedrag hóger dan het aandeel minus de volle zorgkorting zou zijn — precies andersom dan de meeste mensen verwachten.
2. Twee kinderen, reguliere omgangsregeling
Hetzelfde gezin met een tweede kind. Laat zien dat het bedrag niet verdubbelt: het eigen aandeel in de kosten stijgt minder dan evenredig, en de draagkracht van de betaler is dezelfde.
De situatie
- Betalende ouder: € 3.750 bruto per maand
- Andere ouder: € 2.500 bruto per maand
- Aantal kinderen: 2
- Het kind is bij de betalende ouder: twee dagen per week (104 dagen per jaar)
De berekening
| Netto besteedbaar inkomen betalende ouder | € 3.051 / mnd |
| Netto besteedbaar inkomen andere ouder | € 2.313 / mnd |
| Netto besteedbaar gezinsinkomen | € 5.364 / mnd |
| Eigen aandeel in de kosten van de kinderen | € 1.229 / mnd |
| Draagkracht betalende ouder | € 539 / mnd |
| Draagkracht andere ouder | € 178 / mnd |
| Aandeel van de betalende ouder daarin | € 924 / mnd |
| Zorgkorting (gemiddeld 2 dagen per week (25%)) | – € 307 / mnd |
| Kinderalimentatie in dit scenario | € 488 / mnd |
Dat is € 244 per kind per maand.
Let op: draagkrachttekort. De draagkracht van beide ouders samen (€ 717) is lager dan het eigen aandeel in de kosten van de kinderen (€ 1.229). De helft van dat tekort gaat dan van de zorgkorting af: van € 307 blijft € 51 over. Daardoor is het bedrag hóger dan het aandeel minus de volle zorgkorting zou zijn — precies andersom dan de meeste mensen verwachten.
3. Co-ouderschap bij vrijwel gelijke inkomens
De vraag die bij co-ouders altijd terugkomt: moet er dan nog iets betaald worden? Laat zien hoe de zorgkorting bij een verdeling van ongeveer de helft het bedrag drukt.
De situatie
- Betalende ouder: € 4.200 bruto per maand
- Andere ouder: € 3.900 bruto per maand
- Aantal kinderen: 2
- Het kind is bij de betalende ouder: co-ouderschap, ongeveer de helft (182 dagen per jaar)
De berekening
| Netto besteedbaar inkomen betalende ouder | € 3.278 / mnd |
| Netto besteedbaar inkomen andere ouder | € 3.130 / mnd |
| Netto besteedbaar gezinsinkomen | € 6.408 / mnd |
| Eigen aandeel in de kosten van de kinderen | € 1.465 / mnd |
| Draagkracht betalende ouder | € 651 / mnd |
| Draagkracht andere ouder | € 578 / mnd |
| Aandeel van de betalende ouder daarin | € 776 / mnd |
| Zorgkorting (co-ouderschap ≈ 50/50 (35%)) | – € 513 / mnd |
| Kinderalimentatie in dit scenario | € 256 / mnd |
Dat is € 128 per kind per maand.
Let op: draagkrachttekort. De draagkracht van beide ouders samen (€ 1.229) is lager dan het eigen aandeel in de kosten van de kinderen (€ 1.465). De helft van dat tekort gaat dan van de zorgkorting af: van € 513 blijft € 395 over. Daardoor is het bedrag hóger dan het aandeel minus de volle zorgkorting zou zijn — precies andersom dan de meeste mensen verwachten.
4. Eén ouder zonder eigen inkomen
Komt veel voor na een scheiding waarin één ouder de zorg had. Laat zien dat de hele draagkracht dan bij één ouder ligt en dat het gezinsinkomen waarop de kosten van de kinderen worden bepaald, navenant lager is.
De situatie
- Betalende ouder: € 4.500 bruto per maand
- Andere ouder: € 0 bruto per maand
- Aantal kinderen: 2
- Het kind is bij de betalende ouder: één dag per week (52 dagen per jaar)
De berekening
| Netto besteedbaar inkomen betalende ouder | € 3.427 / mnd |
| Netto besteedbaar inkomen andere ouder | € 0 / mnd |
| Netto besteedbaar gezinsinkomen | € 3.427 / mnd |
| Eigen aandeel in de kosten van de kinderen | € 716 / mnd |
| Draagkracht betalende ouder | € 724 / mnd |
| Draagkracht andere ouder | € 0 / mnd |
| Aandeel van de betalende ouder daarin | € 716 / mnd |
| Zorgkorting (gemiddeld 1 dag per week (15%)) | – € 107 / mnd |
| Kinderalimentatie in dit scenario | € 609 / mnd |
Dat is € 305 per kind per maand.
5. Samen te weinig draagkracht voor de kosten van de kinderen
De situatie die het vaakst verkeerd begrepen wordt. Als beide ouders samen de kosten van de kinderen niet kunnen dragen, gaat de helft van dat tekort van de zorgkorting af — waardoor het bedrag hóger uitvalt dan mensen verwachten.
De situatie
- Betalende ouder: € 2.400 bruto per maand
- Andere ouder: € 1.800 bruto per maand
- Aantal kinderen: 2
- Het kind is bij de betalende ouder: twee dagen per week (104 dagen per jaar)
De berekening
| Netto besteedbaar inkomen betalende ouder | € 2.248 / mnd |
| Netto besteedbaar inkomen andere ouder | € 1.748 / mnd |
| Netto besteedbaar gezinsinkomen | € 3.996 / mnd |
| Eigen aandeel in de kosten van de kinderen | € 904 / mnd |
| Draagkracht betalende ouder | € 146 / mnd |
| Draagkracht andere ouder | € 0 / mnd |
| Aandeel van de betalende ouder daarin | € 904 / mnd |
| Zorgkorting (gemiddeld 2 dagen per week (25%)) | – € 226 / mnd |
| Kinderalimentatie in dit scenario | € 146 / mnd |
Dat is € 73 per kind per maand.
Let op: draagkrachttekort. De draagkracht van beide ouders samen (€ 146) is lager dan het eigen aandeel in de kosten van de kinderen (€ 904). De helft van dat tekort gaat dan van de zorgkorting af: van € 226 blijft € 0 over. Daardoor is het bedrag hóger dan het aandeel minus de volle zorgkorting zou zijn — precies andersom dan de meeste mensen verwachten.
6. Hoger inkomen, drie kinderen
Laat de bovenkant van de behoeftetabel zien en waar die ophoudt. Boven de hoogste tabelrij begrenst de rekenkern de kosten van de kinderen; dat is een keuze die hier zichtbaar hoort te zijn in plaats van verstopt.
De situatie
- Betalende ouder: € 8.000 bruto per maand
- Andere ouder: € 3.000 bruto per maand
- Aantal kinderen: 3
- Het kind is bij de betalende ouder: twee dagen per week (104 dagen per jaar)
De berekening
| Netto besteedbaar inkomen betalende ouder | € 5.079 / mnd |
| Netto besteedbaar inkomen andere ouder | € 2.612 / mnd |
| Netto besteedbaar gezinsinkomen | € 7.691 / mnd |
| Eigen aandeel in de kosten van de kinderen | € 1.835 / mnd |
| Draagkracht betalende ouder | € 1.533 / mnd |
| Draagkracht andere ouder | € 324 / mnd |
| Aandeel van de betalende ouder daarin | € 1.515 / mnd |
| Zorgkorting (gemiddeld 2 dagen per week (25%)) | – € 459 / mnd |
| Kinderalimentatie in dit scenario | € 1.056 / mnd |
Dat is € 352 per kind per maand.
Hoe deze bedragen tot stand komen
Elk bedrag op deze pagina is berekend door de rekenkern van onze calculator, volgens het Rapport Alimentatienormen (Trema), normenset 2026 (januari 2026). De keten is steeds dezelfde: netto besteedbaar inkomen per ouder, het eigen aandeel in de kosten van de kinderen uit de behoeftetabel, de draagkracht van beide ouders, het aandeel van de betaler daarin, en ten slotte de zorgkorting.
De pagina wordt bij elke publicatie opnieuw gegenereerd. Wijzigt de rekenkern of de normenset, dan wijzigen deze voorbeelden mee — ze kunnen niet achterlopen op de calculator. De onderliggende tabellen publiceren we los en onder CC BY 4.0: kinderalimentatie-tabel 2026 en NBI-tabel 2026.
Laatst berekend: 2026-10-11.