Stap 1 — Netto besteedbaar inkomen (NBI)
De basis van elke berekening is het netto besteedbaar inkomen (NBI). Dit is het inkomen dat per maand overblijft nadat van het bruto inkomen zijn afgetrokken:
- Inkomstenbelasting (box 1, box 3)
- Premies volksverzekeringen (AOW, Anw, Wlz)
En nadat zijn bijgeteld:
- Heffingskortingen (algemene heffingskorting, arbeidskorting, IACK)
- Toeslagen: zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget
Alimentatie Inzicht berekent het NBI automatisch op basis van het ingevoerde bruto jaarinkomen en de persoonlijke situatie (leeftijd, kinderen, woonsituatie).
Stap 2 — Behoefte van het kind (behoeftetabel)
De behoefte is het bedrag dat nodig is voor het levensonderhoud van het kind. Dit wordt bepaald via de officiële behoeftetabellen (Trema-normen), op basis van:
- Het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk (NBI van beide ouders samen)
- Het aantal kinderen in het gezin; de tabel houdt geen rekening met de leeftijd van de kinderen
Het kindgebonden budget (inclusief de alleenstaande-ouderkop) wordt níet van de behoefte afgetrokken. Het telt mee als inkomen van de ouder die het ontvangt, en verhoogt dus diens draagkracht (Hoge Raad 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3011).
Stap 3 — Draagkracht
De draagkracht is het deel van het NBI dat beschikbaar is voor alimentatiebetalingen. De berekening:
| Netto besteedbaar inkomen (NBI) | € 2.800 / mnd |
| Woonbudget (30 % van het NBI) | – € 840 / mnd |
| Draagkrachtloos inkomen (vaste noodzakelijke lasten 2026) | – € 1.365 / mnd |
| Draagkrachtruimte | € 595 / mnd |
| Beschikbaar voor kinderalimentatie (70 %) | € 417 / mnd |
De formule geldt vanaf een NBI van € 2.200 per maand. Tussen € 1.950 en € 2.200 geldt een vast tabelbedrag (€ 50 tot € 116 per maand); bij een NBI (plus kindgebonden budget) van € 1.950 of minder geldt een minimumdraagkracht van € 25 bij één kind en € 50 bij twee of meer kinderen; alleen de verzorgende ouder met een bijstandsuitkering heeft geen draagkracht. Zes volledig uitgewerkte voorbeelden van de hele keten staan op de pagina rekenvoorbeelden kinderalimentatie 2026.
Stap 4 — Zorgkorting
De betalende ouder krijgt een zorgkorting voor de kosten die hij of zij zelf maakt tijdens de omgangsdagen. De staffel conform de Trema-normen:
| Minder dan 1 dag per week (wel omgang) | 5% |
| 1 dag per week (± 52 dagen/jaar) | 15% |
| 2 dagen per week (± 104 dagen/jaar) | 25% |
| 3 of meer dagen per week | 35% |
Bij co-ouderschap (een verdeling van ongeveer 50/50) geldt geen aparte berekening. De behoefte wordt naar rato van de draagkracht over beide ouders verdeeld, en de ouder die bijdraagt krijgt de zorgkorting van 35%. Verdient de ene ouder duidelijk meer, dan blijft er dus meestal een bijdrage over.
Partneralimentatie — Hofnorm
Voor partneralimentatie geldt de Hofnorm: een vuistregel van de gerechtshoven, geen wettelijke regel. Die wordt vaak samengevat als “60% van het netto gezinsinkomen”, maar er gaat een stap aan vooraf: het eigen aandeel in de kosten van de kinderen gaat er eerst af, omdat de kinderen voorrang hebben (art. 1:400 BW). De behoefte is dus 60% van het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk ná die aftrek, verminderd met het eigen inkomen van de ontvanger. Wie de aftrek weglaat komt stelselmatig te hoog uit: bij een gezinsinkomen van € 4.500 per maand met één kind is het verschil € 2.700 tegen € 2.334 — ruim 15%. De uitkomst is bovendien een bovengrens: de draagkracht van de betaler en de jusvergelijking — een controle dat de ontvanger na betaling niet méér overhoudt dan de betaler — kunnen het bedrag alleen verlagen. De bedragen per gezinsinkomen staan in de Hofnorm-behoeftetabel 2026.
De maximale duur van partneralimentatie is conform de Wet herziening partneralimentatie (2020): de helft van de huwelijksduur met een maximum van 5 jaar. Voor lange huwelijken en gezinnen met jonge kinderen gelden uitzonderingen.
Indexering
Alimentatie wordt jaarlijks geïndexeerd conform artikel 1:402a BW. Het indexeringspercentage wordt vastgesteld door de minister en gepubliceerd in de Staatscourant. Alimentatie Inzicht verwerkt de actuele indexeringspercentages automatisch.
Bronnen en normen
- Rapport Alimentatienormen 2026 (Trema-normen), Expertgroep Alimentatienormen, rechtspraak.nl
- Behoeftetabellen kinderalimentatie 2026
- Hofnorm voor partneralimentatie
- Wet inkomstenbelasting 2001 en Belastingplan 2026 (heffingskortingen, schijventarief)
- Wet herziening partneralimentatie (2020), verwerkt in art. 1:157 BW
- Algemene Kinderbijslagwet en Wet op het kindgebonden budget (bedragen 2026)
Veelgestelde vragen over de methodologie
Wat is het netto besteedbaar inkomen (NBI)?
Het NBI is het inkomen dat overblijft na belastingen en premies, vermeerderd met heffingskortingen en toeslagen. Het is de basis voor de draagkrachtberekening en de behoefte. Alimentatie Inzicht berekent het NBI automatisch uit het bruto inkomen.
Hoe werkt de draagkrachtberekening?
Van het NBI gaan het woonbudget (30 % van het NBI) en het draagkrachtloos inkomen (het bedrag dat iedereen nodig heeft voor vaste lasten, € 1.365 in 2026) af. Van wat overblijft — de draagkrachtruimte — is 70 % beschikbaar voor kinderalimentatie.
Wat is de zorgkorting en hoe wordt die berekend?
De zorgkorting is een korting op de te betalen kinderalimentatie voor de kosten tijdens de omgang: 5% bij minder dan 1 dag per week, 15% bij 1 dag per week, 25% bij 2 dagen en 35% bij 3 of meer dagen (ook bij co-ouderschap).
Welke Trema-normen worden gebruikt?
De meest actuele Trema-normen: behoeftetabellen 2026, de draagkrachtformule, de zorgkortingstaffels en de Hofnorm voor partneralimentatie. De normen worden elk jaar bijgewerkt.